Bewoner zorgkamer, WZC Zilversterre

C├ęcilia

Cécilia woont sinds kort in WZC Zilversterre. Ze had er zelf niet voor gekozen, integendeel, had het van haar afgehangen, woonde ze nog steeds thuis. “Mijn man is drie jaar geleden overleden aan kanker,” vertelt ze. Zijn dood doet haar nog veel. Het verdriet tekent zich af op haar gezicht. “In het begin ging het niet. Ik stond er alleen voor  en zat zo ver heen. Toen was ik zelf ziek geworden. Mijn zoon en dochter vonden dat het zo niet kon blijven. Zo ben ik verhuisd naar Zilversterre.”

In haar leven heeft Cécilia nooit veel stilgezeten. Werken, op de kinderen letten en wanneer het kon, even verpozen met handwerk. “We hebben in ons leven veel moeten werken. Mijn man was begrafenisondernemer en ik huisvrouw, maar ik hielp in zijn zaak. Nu heeft onze dochter de zaak overgenomen. Ik was ook constant in de weer met onze kinderen en kleinkinderen. Met de tijd die mij nog restte haakte ik en maakte ik kunstbreiwerk. Ik heb drie smyrna tapijten gemaakt voor rond ons bed. Die tapijten gaan nog steeds mee.”

“Ik ging vroeger regelmatig fietsen of wandelen. Ik herinner me nog dat ik van De Pinte naar Gent fietste om mijn kledij op maat te laten maken. Ik blijf niet graag op één stek zitten. Dan roest je vast. Nu is mijn leven verbeterd en kan ik terug mijn plan trekken.”

Nu Cécilia in Zilversterre woont, blijft ze zich aan datzelfde principe vasthouden. “Hier in Zilversterre ga ik naar de fitness. Van mijn knieën heb ik het meeste last, maar achteraf doet dat toch steeds deugd. We fietsen ook steeds tegen elkaar op. Als die dat kan, dan kan ik dat ook, denken we. We trekken elkaar mee. Je mag niet opgeven.”

“De medewerkers bieden goede zorg. Ze vragen steeds of je meedoet met activiteiten. Wanneer mijn dochter langskomt, weet ze me wel te vinden. Ik heb altijd wel iets te doen. We gaan soms ook eens in de Orangerie iets gaan drinken of buiten wandelen als er tijd is.”

“Ik ga hier ook elke week naar de kapper. Ik ben dat gewoon van vroeger. Ik zit graag proper, klaar voor als er bezoek komt. Uiterlijk is steeds belangrijk geweest voor mij. Het is niet omdat je oud bent, dat je afgeschreven bent.”

“Er is hier voor iedereen wat wils, het is proper en het eten is lekker. Ik voel me hier veilig.”